In de Nederlandse Waddenzee worden geregeld tellingen verricht van alle belangrijke wadvogelsoorten, die voor hun voortbestaan van de wadden afhankelijk zijn. Het gaat daarbij vooral om ganzen, eenden, sterns, meeuwen en steltlopers. In januari is er een internationale telling, niet alleen in de Nederlandse, Duitse en Deense Waddenzee, maar ook in andere waterrijke gebieden in heel Europa en Afrika. Daarnaast zijn er z.g. integrale tellingen waarbij de gehele Nederlandse Waddenzee geteld wordt. Tenslotte zijn er ook steekproefgebieden waar elke maand een tellingen wordt uitgevoerd. Griend is zo’n steekproefgebied. Alle gegevens worden opgeslagen in de databank van de Samenwerkende Organisaties Vogelonderzoek Nederland (SOVON).

Het afgelopen weekend werd Griend door ons bezocht met het doel een wadvogeltelling te verrichten. Op de vastgestelde datum, die altijd op een zaterdag valt, was het gehele eiland gehuld in een dikke mist. We konden veel vogels horen, maar tellen was onmogelijk. Gelukkig klaarde het de volgende dag op en konden we op de gebruikelijke wijze het eiland rondlopen en onze telling verrichten. Dat tellen gebeurt tijdens hoogwater. De meeste vogels wijken dan uit naar hoge en droge plaatsen, de zogenaamde hoogwaterrustplaatsen. Onder gunstige omstandigheden komen daar alle vogels samen die in een groot gebied hun voedsel zoeken. Op Griend treffen we de vogels aan die op de voedselrijke Grienderwaard en Ballastplaat hun voedsel zoeken.

Eigenlijk is het woord tellen nauwelijks van toepassing op ons werk, want vaak zijn de aantallen vogels zo groot dat we schattingen maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: met een kijker of telescoop tellen we 100 vogels van een groep. Vervolgens kijken we goed welk oppervlak deze 100 vogels beslaan en daarna wordt een vergelijkbaar oppervlak afgepast op de gehele groep. Uiteindelijk bepaalt het aantal stukken van 100 vogels het geschatte totaalaantal. Soms is deze methode van schatten onmogelijk, bijvoorbeeld wanneer grote groepen strandlopers zich in de lucht bevinden. Dan moet een teller vooral gebruik maken van zijn ervaring en de grootte van de groep “in gedachten vergelijken” met eerder getelde of geschatte groepen. Soms is dat moeilijk en natuurlijk worden er fouten gemaakt. Toch blijkt steeds weer, dat ervaren tellers vaak aantallen schatten die sterk overeenkomen. Een verschil van tien procent wordt dan als een goed resultaat beschouwd. In bijgaande tabel zijn de aantallen van enkele talrijk voorkomende soorten weergegeven. Tevens worden enkele foto’s getoond die een beeld geven van de grote rijkdom aan vogels die Griend herbergt.

De telling op 19 februari 2017:

1080 Rotgans

1125 Bergeend

200 Smient

280 Pijlstaart

290 Eidereend

1 Slechtvalk

5140 Scholekster

217 Zilverplevier

24810 Kanoet

24000 Bonte strandloper

7075 Rosse grutto

11230 Wulp

180 Tureluur

430 Steenloper

1850 Zilvermeeuw

11 Velduil