//Vogelwachters en onderzoekers

Vogelwachters en onderzoekers

Van 1912 tot 1964 waren alle vogelwachters op Griend afkomstig van het eiland Terschelling. Ze behoorden tot het slag mensen dat je vroeger in groot aantal op de Waddeneilanden kon aantreffen: met een grote liefde voor varen, vissen, strandjutten en stropen. De bewaking van het eiland was hun belangrijkste taak. Daarnaast hielden de vogelwachters zich vooral bezig met de botvisserij. Hoe zij het leven op het eiland ondergingen weten we niet. Ze leidden een primitief en geïsoleerd leven in hun kleine keetje, dat aanvankelijk op de grond, later in de kaap en uiteindelijk op palen werd gebouwd. Sommigen vervulden hun baan gedurende een lange reeks van jaren, zoals de eerste wachter, Piet Kuijper, die de bijnaam “Burgemeester van Griend” verwierf. Voor hij bewaker werd, had hij 45 jaar gevaren en zeven maal schipbreuk geleden. Vanwege zijn hoge leeftijd (69 jaar) werd hij in 1923 na elf jaar trouwe dienst tegen zijn zin door een jongere kracht vervangen.

In de jaren vijftig werd het eiland bewaakt door Douwe Tot en Jan Bierman. Douwe Tot was jarenlang schipper van de reddingboot “Brandaris” geweest. In totaal redde hij 251 mensenlevens. Hij ontving hiervoor zeven onderscheidingen. Na zijn pensionering ging hij in het zomerhalfjaar als bewaker naar Griend. Daar genoot hij van het water, de vogels en de visserij. Helaas kwam hij bij een tragische ongeval om het leven. Tijdens werkzaamheden aan het Griltje (de zeilsloep die naar Griend voer) kantelde de boot. Douwe kon niet tijdig opzij springen en overleed ter plaatse, op 72-jarige leeftijd.

Na 1964 kiest Natuurmonumenten voor een andere bewakingsvorm. Er wordt gezocht naar vogelwachters, die naast het uitvoeren van de bewakingstaak ook gegevens over de vogelstand kunnen verzamelen. Van 1965 tot 1972 kregen wij zelf de kans om vogelwachter te worden. Het was een enorme ervaring om maanden achtereen in een huisje op palen van zo’n 3 x 3 meter te wonen, midden in de natuur. Eenmaal per week hadden we een ontmoeting met Ecko Koster, de schipper uit Harlingen die ons water, eten en post kwam brengen. Verder waren we op onszelf aangewezen. Verbindingen met de vaste wal waren er niet. We hadden met de kapiteins van de veerboten afgesproken dat we een wit laken in de vlaggenmast zouden hijsen in geval van nood. Tweemaal deed die situatie zich voor en tweemaal werkte ons systeem.

Het leven op zo’n klein vogeleiland is verre van saai. Zo werden we in het voorjaar van 1969 verrast door een extreem hoge vloed. Het eiland werd vrijwel geheeld overspoeld, we hadden amper tijd om onze spullen te “redden”. De vogels verloren al hun nesten en eieren. Nadat het water zich had teruggetrokken vlogen ze wat ontredderd rond. Gelukkig waren ze nog niet lang aan het broeden, zodat ze nog volop mogelijkheden hadden om opnieuw eieren te produceren.

En dan denkt iedereen dat we een lui leventje hadden. Niets van dat alles, want de sterns op het eiland hadden onze aandacht hard nodig. Van de vroege ochtend tot laat in de avond zaten we in kleine schuilhutjes om de grote sterns te bestuderen.

Wil je meer weten over het leven en de avonturen van de vogelwachters die de afgelopen honderd jaar Griend bevolkt hebben, schrijf dan in op Griend – eiland voor vogels

2018-01-06T12:46:07+00:00