//Honderd jaar grote sterns op Griend

Honderd jaar grote sterns op Griend

Sinds mensenheugenis is Griend een belangrijke broedplaats voor grote sterns. Deze vogels hadden aan het begin van de vorige eeuw ernstig te lijden: tussen 1907 en 1909 werden duizenden exemplaren in de broedtijd geschoten om op dameshoeden te pronken. Dit was voor de Vereniging Natuurmonumenten de aanleiding om Griend in 1916 in beheer te verwerven. Hoe is het de grote sterns sindsdien vergaan?
Bijgaande figuur toont het populatieverloop (in broedparen) van 1900 tot heden. De grafiek heeft een grillig verloop met hoogtepunten en dieptepunten. In reactie op de vervolging aan het begin van de vorige eeuw, waren de sterns aanvankelijk geheel verdwenen. In 1916 kwamen ze echter terug en vervolgens groeide de populatie explosief. In de periode 1940-1945 zien we vervolgens enkele jaren met een sterke daling. Dit was het gevolg van het rapen van eieren tijdens de tweede wereldoorlog, toen er geen bewakers op het eiland aanwezig waren. Daarna zien we wederom een snel herstel tot er in de tweede helft van de jaren vijftig opnieuw een snelle daling optreedt. In 1965 wordt een dieptepunt bereikt. Er zijn dan nog maar 650 broedparen aanwezig.
Toen de bewakers in 1964 en 1965 op het eiland hun onderzoek verrichtten, viel het op dat er veel sterfte was on de sterns: veel eieren kwamen niet uit en jongen stierven onder vreemde krampverschijnselen. Onderzoek toonde aan dat sprake was van een omvangrijke vergiftiging door chloorkoolwaterstoffen, een probleem dat in de jaren zestig van de vorige eeuw over de gehele wereld ontstond. De sterfte onder de sterns werd vooral veroorzaakt door het zeer giftige telodrin. De bron bleek gelegen te zijn in het Botlekgebied, waar giftig afvalwater werd geloosd. Via een noordelijke stroming langs de kust kwam het gif in de Waddenzee terecht. Het kwam daar in de voedselketen en hoopte zich in de vogels op. Nadat het probleem gelokaliseerd was, werd een zuiveringsinstallatie gebouwd en vanaf 1966 werden de vergiftigingsverschijnselen niet meer waargenomen.
Na de vergiftigingsperiode namen de aantallen grote sterns geleidelijk toe tot een niveau van ca. 10.000 paren. Ook in het Deltagebied had zich inmiddels een kolonie gevestigd en in Engeland was de soort eveneens toegenomen. Waarschijnlijk had de vergiftiging tot gevolg dat een deel van de Griendse sterns naar andere gebieden verhuisde. In dezelfde periode veranderde Griend als gevolg van de werkzaamheden die in 1973 en 1987 werden uitgevoerd. Het eiland werd groter en bood meer beschutting. Hierdoor ontwikkelde de vegetatie zich sterk en dat trok meeuwen aan. Dat leidde tot een sterke toename van roof door zilvermeeuwen, waardoor een deel van de broedende grote sterns de wijk nam naar andere gebieden. Thans is wederom sprake van een dieptepunt. In 2016 telden de bewakers slecht 590 paren. Gelukkig wordt dit gecompenseerd door nieuwe kolonies op Texel en Ameland. Wat Griend betreft dient zich een beheersdilemma aan: willen we meeuwen of sterns? Lees meer over de grote stern in het boek Griend Рeiland voor vogels dat over enkele maanden verschijnt.

2018-01-06T12:46:07+00:00